een gedichtje

Eens was het een bloeiende roos, met een stralende vorm.
De rode kleur, zo zuiver als bloed, is nu vergrijsd.
Zonder emoties kijkt het je aan.
De daarvoor zo scherpe doornen, nu bot en droog als een vergeten traan.
Die mooie bloem die straalde, pronkte met zijn schoonheid,
nu bedorven door eeuwig verdriet.
Omringd door schitterende bloemen, de roos leeft moeizaam verder,
met schijn van geluk.
Houdt de bladeren hoog, maar verliest zijn kracht.
Langzaam zakt het, verliest zijn kroonbladeren,
verliest de schoonheid
die hij daarvoor had.
Elke bloem verwelkt, maar geen enkele kan bloeien,
zoals deze ooit deed.